War And Remembrance vzw

War And Remembrance vzw biedt een waaier van activiteiten omtrent militaire geschiedenis en heemkunde. Gezien onze thuisbasis het 
Menin Road Museum is, komt het thema Eerste Wereldoorlog natuurlijk uitgebreid aan bod, maar onze enthousiaste vrijwilligers doen 
er alles aan om ook de andere periodes van onze geschiedenis niet uit het oog te verliezen. 

Neem snel een kijkje in onze Agenda voor het volledige jaaroverzicht. 

Iedereen is steeds welkom op onze activiteiten. Wie echter lid wordt van de vzw krijgt tal van voordelen (zie Lid worden).

Verslaggeving Post New Entry

view:  full / summary

Het Belgische Leger anno 1914

Posted by Wouter FEYS on July 14, 2014 at 1:10 PM Comments comments (0)

Lezing op dinsdag 11 maart door Kapitein Tom Simoens

Twintig WaR-hoofden waren paraat voor de lezing van Kapitein Simoens die vanaf 20 maart bij het Davidsfonds een boek uitbrengt over dit onderwerp.

De context

Het systeem van lotelingen was net afgeschaft om in 1913 vervangen te worden door de veralgemeende dienstplicht. In 1914 werden ongeveer 70.000 man opgeroepen voor het vestingleger, samen met ongeveer 14.000 beroepssoldaten. Het veldleger was 120.000 man sterk en zo komen we op een totale capaciteit van ongeveer 200.000 man. Het veldleger was onderverdeeld in 6 divisies, elk 15.000 à 20.000 man en 1 cavaleriedivisie bestaande uit 4000 ruiters. De topeenheden werden ingezet in Luik, in Namen en aan de Gete. De landweer en reserve eenheden bij de verdediging van Antwerpen en landweer ’erzatz’ troepen kwamen uiteindelijk aan het Ijzerfront terecht.

België was verplicht neutraal en Frankrijk, Duitsland en Engeland waren de garanten voor deze neutraliteit. De strategie bestond erin te wachten tot de garanten ter hulp zouden snellen wanneer één van hen de neutraliteit zou schenden. Het Belgische leger had geen eigen doctrine maar was wel besmet door het Franse gedachtegoed van de ‘l’offensive à l’outrance’.

De mobilisatie verliep in 3 stappen en ging verbazingwekkend vlot rekening houdend met het feit dat er voor ons onervaren land toch een enorme logistiek moest opgezet worden.

Op 29 juli werden 3 klassen opgeroepen, die van 1910, 1911 en 1912). Op 31 juli was het de beurt aan de klassen 1901 tot 1909. De bewapening was heel bescheiden. De geweren waren Mausers van FN, er waren slechts 120 mitrailleurs beschikbaar die dan nog eens slecht werden ingezet, de kanonnen waren 75 mm, dus licht in functie van de Franse aanvalsdoctrine. Er was geen krombaan geschut zoals houwitzers beschikbaar.

Koning Albert neemt zijn recht op om het opperbevel te nemen maar zijn minister van oorlog Charles de Broqueville was daar niet zo enthousiast over. Hij was immers Katholiek maar Koning Albert liet zich eerder omringen door liberale raadgevers. Dusselier de Moranville was aanvankelijk zijn stafchef maar generaal Wielemans neemt die taak van hem over. En al hoewel hij bedoeld was als een interim figuur wordt hij uiteindelijk stafoverste omwille van zijn diplomatieke kwaliteiten.

Luik

Het kleine België heeft geen oorlogservaring dus de soldaten trekken naïef en op een geïmproviseerde manier de oorlog in. De forten rond Luik dateren van het einde van de 19de eeuw en waren dus al verouderd. Het was ook niet duidelijk wat de troepen in die forten moesten gaan doen: Standhouden? Maar hoelang dan? Nu worden die zaken geëxpliciteerd en gekwantificeerd. Verder werd van de artillerie ongecontroleerd gebruik gemaakt, was het schootsveld niet vrijgemaakt, waren de telefoondraden niet ingegraven en waren er geen toiletten in de forten zodat de manschappen buiten hun behoefte moesten gaan doen. Er was evenmin een binnenlinie voorzien rond Luik zodat de vijand die door de eerste linie raakte onmiddellijk in de binnenstad was waar ook de communicatie tussen de forten zat. Een 100.000 Duitsers stonden er tegenover amper 4000 Belgen. Op 16 augustus volgt de capitulatie na het inzetten van de ‘Grosse Bertha’ en de ontploffing van het fort Loncin. Nochtans was het wanhopig standhouden van Luik belangrijk omdat de 3de divisie kon ontsnappen. Luik is ook de stad waar voor het eerst met een zepplin werd gebombardeerd, dus een stap richting ‘totale oorlog’ waarbij ook burgers worden geviseerd en terreur onder de bevolking wordt gezaaid. In Luik is ook het beeld ontstaan van ‘brave little Belgium’ en ‘poor little Belgium’.

Halen

Op 12 augustus mislukte een aanval van de Duitse cavalerie. Het was een charge ‘oude stijl’ met getrokken sabels. De cyclisten slaagden erin om de opmars van een groep Duitse ruiters te stoppen. Toen de Duitsers dan toch Halen binnen trokken werden ze door de Belgische artillerie onder vuur genomen. De slag bij Halen is ook gekend als de ‘de slag der zilveren helmen’ omdat de Duitse kurassiers zilveren hoofddeksels droegen.

De Getestelling

De 18de augustus zijn de Duitsers klaar om de Getestelling aan te vallen en op amper enkele uren tijd zijn de Belgen compleet weggevaagd. Al hoewel de Belgen al twee weken ter plaatse waren hadden ze zich slecht voorbereid, de beschikbare mitrailleurs waren bijvoorbeeld teveel naar achter geplaatst. De Gete was wat men noemt een ‘walk-over’.

Namen

De 9 forten rond Namen lagen tussen de opmarsroute van het Duitse 2de en 3de leger? Net zoals bij de Gete is dit een fallicant verhaal voor het Belgische leger dat zich 5 dagen verzet maar op 25 augustus moet kapituleren voor de massale overmacht (40.000 Belgen tegenover 100.000 Duitsers).

Charleroi

Voor de Franse troepen was 27 augustus een verschrikkelijke dag, er vielen niet minder dan 27.000 doden, dit was erger dan Verdun of Chemin des Dames.

Ondertussen gebeuren er Duitse wreedheden maar kan generaal Michel met zijn 4de legerdivisie exfiltreren en via Frankrijk terug Antwerpen bereiken en komt zo uiteindelijk aan het ijzerfront terecht. In september volgt de beslissende Slag aan de Marne.

Antwerpen

Vanuit Antwerpen gebeurden er uitvallen op Duitse communicatielijnen en treinen om de bevoorrading van het Duitse front aan de Marne te hinderen. Antwerpen was niet helemaal omsingeld en 33.000 Belgen konden tussen 6 en 7 oktober ontsnappen via de linkeroever naar Nederland waar ze geïnterneerd werden. Ook het veldleger moet dan vertrekken via pontons over de Schelde. In Antwerpen gebeurt een eerste tussenkomst van de Britse garanten met hun mariniers. Op 10 oktober tekent de burgemeester van Antwerpen de capitulatie (de conventie van Kontich). De terugtocht vanuit Antwerpen gaat richting kanaal Gent- Terneuzen dan komt op 14 oktober het bevel om aan de Ijzer stand te houden.

Ijzer

De Ijzer was geen voorbereide stelling maar generaal Joffre ging ermee akkoord dat Koning Albert op zijn laatste stukje nationaal grondgebied zou proberen stand te houden. En daarom stelt Koning Albert hier een ‘défence à l’outrance’ als doctrine in. In januari 1915 volgt een hele benoemingscarrousel omdat er vele leidinggevenden gedegradeerd werden.

Op 22 oktober 1914 moeten wat rest van het Belgische leger de sector van Nieuwpoort tot Diksmuide proberen te behouden maar geraken de Duitsers over de Ijzer ter hoogte van Tervate. De Belgen moeten zich noodgedwongen op de grote Beverdijk terugtrekken en tot achter de spoorwegberm. Charles d’Oultremeont probeert de Duitsers terug te dringen over de Ijzer maar dit eindigt in een bloedbad.

Tussen 25 en 27 oktober graven de Belgen zich in achter de spoorwegberm en krijgt de inundatieplannen vorm.

Op 30 oktober worden Ramskapelle en Pervijze door een Duitse aanval bedreigd maar dankzij het stijgende water moeten ze zich terugtrekken. De Franse troepen die ter hulp kwamen om de gaten te dichten in de Belgische linies stappen mee in de doctrine van ‘défence à l’outrance’.

De slag aan de Ijzer is de meest bloedige slag voor de Belgen in 1914 geweest, er vielen toen 3000 doden. Ongeveer 70% van de manschappen die nog restten gingen verloren op amper 2 weken tijd.

Einde 1914 rest van het veldleger van 120.000 man nog slechts 50.000 man.


Verslag door Roseline Debaillie. 

 

Bunkerroute 17/16/12

Posted by wim on December 4, 2012 at 4:30 PM Comments comments (0)

BUNKERROUTE OOSTERZELE 17JUNI 2012

Dit was de laatste activiteit van het drukke  WaR WE met drie items (De duinen gordel Cabourg – evocatie kindsoldaten en de bunkerroute)

Afspraak om1400 uur aan de kerk van Oosterzele. Slechts zes WaRleden (Ikzelf, Jasmijn,Dorine, Francois , Maurits en Philippe) waren aanwezig op het appel. Het was een stralende zondagnamiddag en het beloofde zeer interessant te zijn.

Een enthousiaste verteller met de naam van Luc Van de Sijpe zou ons op sleeptouw nemen doorheen de bunkergordel van het bruggenhoofd Gent.

We gaan hier niet de gehele geschiedenis van het ‘Reduit National’ uit de doeken doen,maar misschien toch een beknopte geschiedenis omtrent het ontstaan van deze gordel.

De Bouw van Bruggenhoofd Gent is maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. Enkele jaren speelde men ook met het idee Bruggenhoofd Gent uit te bouwen als een Fortengordel in plaats van de ooit gebouwde bunkerlinie. De toenmalige plannen voor de forten werden niet uitgevoerd wegens de te grote financiële inspanningen.

Ook voor WO II, bestond er  voor België een Reduit National zoals Antwerpen dit was in Wo I. In dit geval was dit niet meer Antwerpen maar een lange verdedigingslijn gevormd vanaf de Schelde te Antwerpen tot aan de Schelde te Kwatrecht. Omdat als men hier de Schelde zou blijven volgen, de verdedigingslijn door de stad Gent zou lopen, werd hier ten zuiden van Gent een bunkerlinie gebouwd, namelijk Bruggenhoofd Gent.

Vanaf de Leie te Astene liep dit Reduit National verder via de Leie totde gekanaliseerde Mandel (het kanaal van Roeselare). Daarna werd deverdedigingslijn afgewerkt met de loop van de Handzame en de IJzer om zo teeindigen aan de kust in Nieuwpoort. Dit omvatte dus het grootste gedeelte vanOost- en West-Vlaanderen.

De functie van dit Reduit National was opnieuw dezelfde als deze van Antwerpen tijdens WO I, namelijk het vastpinnen van de vijand op deze verdedigingslinie om zo de bondgenoten en het eigen leger voldoende tijd te gunnen om zich volledig te organiseren om de vijand opnieuw te kunnen terugdringen.

De vroegere forten en schansen vindt men in verdoken vorm in het bruggenhoofd Gent ook opnieuw terug in de vorm van de 2 weerstandsnesten (+/-vergelijkbaar met de vroegere forten) en de 3 steunpunten (+/- vergelijkbaarmet de vroegere schansen). Het enige verschil was dat in dit geval de forten en de schansen niet waren gemaakt uit één aaneengesloten structuur maar uit een aantal kort bij elkaar opgestelde lichtere en zwaardere bunkers die allen een bepaald gedeelte van het terrein bestreken.

Het volledige Bruggenhoofd Gent

Het eigenlijke bruggenhoofd was opgebouwd uit twee grote weerstandsnesten en nog eens drie steunpunten. De Weerstandsnesten werden in de vier richtingen verdedigd. Ze moesten in feite op zichzelf kunnen stand houden, zelfs al zou de rest van de bunkerlinie vallen. De weerstandsnesten waren"Betsberg-Oosterzele" (22 bunkers) en "Muntekouter" (25bunkers).

De Steunpunten staken steeds wat vooruit op de voorlinie. Deze werden in het algemeen in drie richtingen verdedigd. De achterlinie van de steunpunten sloot in feite aan bij de voorlinie van de courtines. De steunpunten waren"Semmerzake" (13 bunkers),"Eke" (10 bunkers) en"Astene" (8 bunkers).(Met dank aan Luc)

Tijdens onze tocht doorheen het land van Oosterzele hebben we heel wat uitleg gekregen omtrent de bouw van de bunkers, de ligging, de camouflage, de bewapening en dies meer. Teveel om hier alles te verwoorden. Luc vertelde ons heel wat leuke anekdotes zo o.a. deze waar hij in een bunker door een schietgat kroop (ingang was dichtgemetst) en bij de terugkeer door het schietgat hij er bijna niet meeruit kon. Hilarisch.

 Nooit geweten dat we zoveel bunkers en betonnen schuilplaatsen zouden zien op één namiddag. Eigenlijk nooit geweten dat er een ‘Reduit National’ en bruggenhoofd Gent was, want er wordt daar zelden over gesproken . Luc kon daar honderduit over spreken, gespekt met leuke en minder leuke anekdotes, waaronder de verloedering van de bunkergordel en het missen van een beschermingsmaatregel vanuit de provincie. Maar als we genoeg reclame maken, komt dit misschien er wel.

Veel gedetailleerder materiaal met uitleg en honderden foto’s kan men zien op de site www.bunkergordel.be .

Dit is zeker een namiddagwandeling om te herhalen, misschien met een andere route,maar zeker aanbevelenswaardig voor wie eens een zondagnamiddag wil wandelen in het land van Moorsele en wil flaneren tussen de bunkers.

 

Wim Decuyper

 

Uitstap Battle of Hastings - 10/03/12

Posted by wim on December 4, 2012 at 4:20 PM Comments comments (0)

Battle of Hastings (with Murphy) (Uitstap WaR10maart 2012)

 

Ja, jullie hadden deze nog te goed, maar door omstandigheden komt deze er nu pas. Het zou een prachtige dag moeten worden,maar Murphy zou diverse keren stokken in de wielen steken.

 

0600 uur aan de Canada op 10 maart 2012 , een ontiegelijk uur om een vrije dag te beginnen. Er stond veel op het programma :

-      Battle Abbey en het slagveld

-      Hastings en zijn kasteel

-      De diverse Martello Towers

-      Het vestingstadje Rye

-      Camber Castle

-      Facultatief :”De herontdekking van het overzees varen met de Ferry” (voor sommigen dan toch)

In Veurne werden nog een paar gastgangers opgepikt en de touringbus van Wouter zat  volgeladen zoals haringen in een ton. Gelukkig hadden we nog 2 jongsters mee (Emelie en Camille, allebei Van Vyve), die veel minder volumineus uitvielen dan de rest.

Op naar Calais, waar de boot ons zou overzetten naar Dover. De grenscontroles zouden geen problemen moeten geven,maar Murphy dacht er anders over. Een Franse douaneuse (misschien van haar eerste broek), controleerde alle IK’s één voor één. En wat bleek, er was er één niet in orde ; over tijd. Een beschuldigende vinger wees in de richting van Dorine, al 30 jaar de helft van mijn trouwboek. Enfin, we mochten door, maar eerst nog de Engelse douane passeren. Nogmaals gecheckt en voorlopig bleek alles in orde bij de naamafroeping totdat de laatste naam kwam. Mss Dorine Dejager, you are beautifull, but your pass is expended (is dat goed Engels ??),maar ons Do lachte eens vriendelijk naar de constable en off we go.

Dat was echter buiten Murphy gerekend, de boot was al weg. Damned, F…., hell und devil.

Niet getreurd, een uurtje gewacht, het werd klaar en het weer werd beter en beter Met een uurtje vertraging de boot genomen richting Engeland. Op de boot genoten we van ofwel een continental of puur English breakfast. Beiden smaakten even goed.  ER waren veel Engelsen op de terugtour, maar bijna allemaal slapend. (feestje gebouwd ergens).

In Dover ging het richting Battle (dat nog niet bestond in 1066). Wouter laveerde zijn bus over de Engelse wegen alsof hij er woonde. Tussen de mooie landschappen en cottages door bereikten we Battle,het slagveld van 1066.

 

Het is niet de bedoeling om het verloop van de slag hier uit de doeken te doen, dat is voor een avondlijke lezing weggelegd,maar om de niet-anglofielen toch iets wijzer te maken , volgt hier Hastings ineen kort bestek .

Wie :

Willem, hertog vanNormandië (1028- 1087), viel met een leger van 6000 man Engeland binnen om de troon op te eisen van koning Harold II Godwinson (1022-1066), die met een leger van 6300 tegen hem optrok.(had zojuist de slag aan Stamford Bridge gewonnen van de Vikingen van Harald Hardräde)

Hoe:

Na een lange strijd met verliezen aan beide zijden, slaagden Normandische cavalerie en boogschutters uiteindelijk in de Angelsaksische muur van schilden te doorbreken.

Waar :

Senlac Ridge, 11 km te noorden van het stadje Hastings, in Zuid-Engeland.

Wanneer :

14 oktober 1066.

Waarom :

Willem wilde Engeland veroveren.

Afloop :

Harold en de meeste leden van de Angelsaksische adel sneuvelden, en Willem bemachtigde de troon vanEngeland.

Aangekomen in Battle bezochten we meteen de site van Battle Abbey, en het slagveld dat nog niet bebouwd was, zoals wel eens zou kunnen voorvallen met dergelijke slagvelden.

We kozen voor de full battlefield walk wat ongeveer een uurtje in beslag zou nemen. Tijdens onze wandeling konden we ons goed voorstellen hoe de veldslag verliep in die tijd. Laten we niet vergeten dat de veldslag op 14 oktober 1066 om 0900 begon en maar eindigde omstreeks1800 met als gevolg talrijke doden en gewonden. In feite was dit een Pyrrusoverwinning voor Willem.

 

 

We konden vanuit de positie die Willem voor zijn leger  (Normandiërs en hun befaamde cavalerie, Bretons, Fransen en Vlamingen) had gekozen, goed zien hoe het van een drassig terrein (riviertje de Asten) opwaarts ging tot op de SenlacRidge, waar Harald met zijn troepen (Huscards : koninklijke garde en de Fyrd :de territoriale Angelsaksische militie-infanterie). Via informatieborden konden we elk detail van de slag volgen en zien dat de slag niet altijd in het voordeel van Willem was, integendeel.

 

Door het drassige terrein van het slagveld kwamen we in Battle abbey terecht. Dit gebouw is fenomenaal qua architectuur en gaf ons een goed idee hoe de abdij van weleer er uit zag.

Het stadje Battle ontwikkelde zich later rondom de abdij.

Volgens de overlevering zou het altaar van de abdij gebouwd zijn op de plaats waar Harald gevallen is, getroffen door een pijl in zijn oog.

 

Het Tapijt van Bayeux is een omvangrijk borduurwerk waarop (in de vorm van een vroeg soort stripverhaal) de gebeurtenissen voorafgaand aan de strijd en de gebeurtenissen tijdens de slag worden uitgebeeld.

Veel tijd om te mediteren hadden we echter niet, want we waren al een uur te laat op het schema (je weet wel de boot die al weg was…;)

Langs de kust belandden we in Hastings, een frivool stadje met nog een oude kern. Over  de geschiedenis van dit stadje zouden we ook nog een boek kunnen schrijven, (Maar dat kan in een lezing over de Battle….),

 

Maar we hadden honger….. en vooral dorst, want het was een prachtige dag aan het worden.

In een plaatselijke pizzatent konden we genieten van ons middageten en de nodige frisse dranken. Het smaakte ons .

Wouter maakte er ons attent op dat we te voet naar Hastings Castle zouden moeten gaan en dat dit zeker niet gemakkelijk zou zijn.Ik had de ruïnes al gezien in de hoogte en ik was het zeker met hem eens.

Wat wij niet wisten en hij wel, dat er een railway naar boven was. Zo’n railway verbindt de beneden- met de bovenstad. Een dergelijke railway kun je ook nog zien in Tréport (Frankrijk)

 

 

Dus zou het toch voor ons gemakkelijk zijn om het kasteel te bereiken. De ruïnes zijn zeker de moeite waard. Speciaal is dat er een gedeelte van het kasteel (ommuring) door een grondverzakking  naar beneden is gekomen . Van bovenaf gezien is dit duidelijk te merken.

 

Na dit interessant bezoek was het tijd om terug naar de railway te nemen, richting benedenstad.

Maar Murphy speelde ons weer parten. We waren er ééntje kwijt. Onze Jozef was niet meer te zien.

Zat hij in de WC : nee , deze waren leeg.

Was hij verdwaald in de Dungeons : nee, deze waren gesloten.

Zou hij gevallen zijn het ravijn : nee, we vonden geen lijk.

Zou hij verkeerd gelopen zijn : nee we zouden hem zeker ingehaald hebben met onze jonge benen.

Zou hij ontvoerd kunnen zijn : nou ja, het zou kunnen???

Toch waren we zeer bezorgd want ons devies luidt nog altijd : “Samen uit, samen thuis.”

Na een tevergeefse zoektocht besloten we toch maar naar beneden te gaan, misschien was hij daar al gearriveerd.  En ja hoor, beneden zagen we duidelijk iemand molenwieken met zijn armen aan onze geparkeerde bus.

Jozef toch ….

Nu ging het terug richting Dover , dit via de kusthavens om de talrijke Martello Towers te kunnen bezichtigen en nog een bezoek te kunnen brengen aan Camber Castle (dat we vanuit de verte al konden zien) .

 

 

In Rye hielden we halt om een dergelijke Martello Tower te zien. Het was de bedoeling om een paadje te ontdekken die ons naar Camber Castle zou brengen, maar Murphy had er anders over gedacht. Het paadje was niet meer te vinden. We probeerden diverse kleine paadjes ( langs aangebrachte betonnen bunkers), maar toch slaagden we er niet in een pad tevinden.

Camber Castle is één van de best bewaarde ‘DeviceForts’ van Henry VIII. Het heeft een zeer merkwaardige vorm zoals je kan zienop onderstaande foto.

 

 

Jammer, maar het zou voor een volgende keer zijn.

Een kleine stop aan het ‘militaire kanaal’ dat Rye verbindt met Hythe  vervolledigde onze geschiedkundige verkenning van de verovering van Zuid-Engeland anno 1066.

Terug op de ferry werd opnieuw gesmaakt van het ‘gevarieerd’ Engels eten. Omstreeks 2330 uur waren we terug aan de Canada,waar een laatste slaapmuts werd gedeeld.

(En dit zonder Murphy)

 

Maar later zou Murphy opnieuw toeslaan. De foto’s die ik gemaakt heb op die dag zijn per ongeluk gewist en niet meer terug te vinden. Jammer toch.

 

Wim Decuyper

 

Reis naar Gallipoli - dag 5

Posted by Wouter FEYS on June 9, 2012 at 11:55 AM Comments comments (1)

Vandaag brengen we een blitzbezoek aan Istanbul. Hiervoor krijgen we een lokale, menselijke GPS mee, die ons de snelste manier zal tonen doorheen de stad.

We vertrekken ’s morgens met de metro. Deze zit stampvol. Even vrees ik dat ik niet mee zal zijn met de rest van de groep, maar gelukkig is er altijd François die het toch nog voor mekaar krijgt om een stuk of 4 mensen, waaronder zichzelf, in de metro te duwen. Gelukkig rijden we naar het eindpunt van deze metro, dusbij iedere halte stapt er volk af zodat we wat meer ademruimte krijgen.

Aan het eindpunt gekomen nemen we een andere metro, al moet ik eerder kabelbaan zeggen die ons de heuvel op brengt. Eenmaal boven komen we aan op het Taksimplein. Van hieruit gaat het te voet naar het Turks militair museum. Hier zien we de hele geschiedenis van het Turkse leger. Van de tijd van Genghis Khan tot nu. Overal zijn er prachtige voorwerpen en diorama’s te zien. Overal met een dikke laag Turks patriotisme opgesmeerd, maar daarom niet minder impressionant.

 

Onze volgende stop ligt in de oude stad. Hier maken we een korte wandeling. We gaan via de Egyptische markt, die vol ligt met allerhande kruiden en specerijen.Hier kent onze wandelende GPS natuurlijk wel iemand zeker… en we worden uitgenodigd om een lekkere appelthee te drinken en krijgen we uiteraard de gelegenheid om wat thee of kruiden te kopen.

De wandeling gaat verder en we komen uit bij de Aya Sophia.

Het beroemdste gebouw van Istanbul mogen we niet links laten liggen. We brengen ongeveer een uur door in dit prachtige gebouw, vol met mozaïeken.We zijn net op tijd weg om niet onder de voet gelopen te worden door de burgemeester van Istanbul en de minister van Cultuur die in de Aya Sophia een tentoonstelling komen openen.

Onze wandeling vervolgt zich via het vroegere Romeinse Hippodroom en de BlauweMoskee, een stukje doorheen de Grote Bazaar tot ons hotel.

Jammergenoeg hebben we niet meer tijd om van deze mooie stad te genieten, maar ons vliegtuig wacht op ons om ons naar huis te brengen.

Het is een prachtige reis geworden met zoals altijd een super professionele uitleg van Wouter. Ook nog een dankjewel voor de vrouw van Wouter en zijn schoonvader om ons te komen halen van de luchthaven en ons veilig thuis te brengen.

Op naar de volgende reis dan maar...

Michiel Accou

 

Reis naar Gallipoli - dag 4

Posted by Wouter FEYS on June 9, 2012 at 11:50 AM Comments comments (0)

Vandaag blijven we in Azië. We gaan namelijk richting Troje. Onderweg stoppen we nog even op een Turkse begraafplaats. Langs deze kant van de Dardanellen werd immers ook heel hard gevochten. In Kumkale hebben de Fransen het fort veroverd. Dit fort kunnen we jammergenoeg niet bezoeken aangezien het nog steeds in gebruik is door het Turkse leger.

Wel kunnen we enkele plekken langs de Dardanellen bezoeken waar enkele stukken geschut staan.

Het hoogtepunt van vandaag is echter Troje. Het moet niet allemaal WO I zijn. Al is het verhaal van Troje uiteraard ook wel een verhaal van oorlog en geweld.

Op de site ben ik verrast hoeveel er nog te zien valt van de oude stad, of beter gezegd: steden. Want er zijn wel een stuk of 12 Trojes te zien. Allemaal op en door mekaar gebouwd.

We zien er nog de resten van een indrukwekkende buitenmuur met poort, een stuk van het oudste gedeelte van de citadel, opgebouwd uit baksteen. Een mooi theater, …

Het middagmaal nuttigen we in Çanakkale, waarna we voor de laatste keer de ferry nemen. De rest van de dag is een lange rit richting Istanbul.

Michiel Accou

Reis naar Gallipoli - dag 3

Posted by Wouter FEYS on June 9, 2012 at 11:40 AM Comments comments (0)

's Morgens vroeg even door het raam pieper. En wauw oh wauw... Geen regen, geen wind en de zon schijnt. Wat moeteen mens nog meer hebben!

 

Vandaag staat de ANZAC regio op ons programma. De plek waar de Australiërs en Nieuw-Zeelanders hebben gevochten tijdens de campagne. Onze eerste stop brengt ons bij Anzac Cove. De plek waar de Anzac aan land zijn gekomen. Hier maken we kennis met de “Ross Bastiaan Marker”. Dit zijn 10 bronzen platen waarop uitleg staat over de slag en die liggen op belangrijke punten in de ANZAC regio.

Van hieruit maken we een kleine wandeling. Vlak aan de zuidpunt van Anzac Cove vinden we op het strand de begraafplaats “Beach” terug. Een piepkleine begraafplaats die op het strand ligt.We maken er kennis met Simpson Kirkpatrick en zijn ezel...

We volgen de voetsporen van de soldaten van toen die naar het front gingen en gaan landinwaarts. We wandelen “Shrapnel Valley” binnen. Hier vinden we één vande Ross Bastiaan markers terug en wat voor mij de mooiste begraafplaats is die we zijn tegengekomen, nl.  “Shrapnel Valley Cemetery”.

Deze begraafplaats ligt op een glooiende helling van de vallei, het gras is bezaaid met prachtige wilde bloemen en overal staan mooie bomen.

Onze wandeling gaat verder met een fikse klim richting “Plugge’s Plateau”.  Ook hier ligt een begraafplaats. Wat ben ik blij dat ik niet met materiaal naar boven moet om hier het onderhoud te verrichten… Maar één ding is zeker, je hebt hier een prachtig uitzicht op “North Beach” en in de verte “Suvla Bay”. Beneden zien we ook een immens podium dat wordt opgericht om Anzac Day te vieren. Deze podia zullen we vandaag her en der tegenkomen.

We dalen terug naar beneden en steken Anzac Cove over. Hier vinden we de Turkse Anzac Cove monolith terug waarop een tekst staat geschreven door Ataturk himself. Naast deze monoliet is er terug een begraafplaats op het strand: Ari Burnu. Onze wandeling eindigt bij het ANZAC veld, een plek waar de ceremonies worden gehouden.

Na deze leuke wandeling moeten we onze magen spijzen en dit doen we op het strand tussen de bomen.

Met goed gevulde magen trekken we de heuvels in. We volgen de enige weg die er is en die éénrichting is van Zuid naar Noord. Onze eerste stop is het standbeeld van een Turkse soldaat die een gewonde geallieerde terugbrengt naar zijn eigen linie. Dit is terug een indrukwekkend standbeeld zoals dat van korporaal Seyit. Onze volgende halte is het Lone Pine memoriaal. Dit is een begraafplaats met een eenzame den en een monument om de gevallen ANZAC te herdenken. Ook hier is men volop podia aan het bouwen voor Anzac Day.

Vervolgens komen we aan bij “Johnston’s Jolly”. Hier treffen we nog enkele resten aan vanTurkse loopgraven en een ingang van één van de vele tunnels die men in deze heuvels maakte. Even verderop komen we aan het uiteinde van “Shrapnel Valley” die we deze morgen bezochten. Via een steil pad naar beneden keren we even terug de vallei in en brengen we een bezoek aan “4th Brigade Parade Ground cemetery”.

Terugboven gekomen kunnen we weer even een paar seconden rusten in ons busje. De vele monumenten liggen hier echt dicht op elkaar, maar we zijn blij dat we de kleine stukjes met de bus kunnen doen. Het terrein gaat hier sterk op en neer.

Verder gaat het langs “Courtney’s & Steel’s”, “Quinn’s Post” tot we bij het Turkse memoriaal aankomen. Hier is het terug een drukte van jewelste. Even verderop kunnen we weer genieten van een prachtig uitzicht bij “The Nek”. Via “Baby 700” gaan we richting “Chunuk Bair”. Dit is terug een groots Turks memoriaal, waar in het midden merkwaardig genoeg een Nieuw-Zeelands memoriaal staat, en dit  vlak naast het standbeeld van Ataturk!

Daarna is het alweer tijd om richting het hotel te rijden (en varen). 's Avonds in de bar kunnen we alweer nagenieten van een prachtige dag.

Michiel Accou

Reis naar Gallipoli - dag 2

Posted by Wouter FEYS on June 9, 2012 at 11:30 AM Comments comments (0)

Na een lekker ontbijt zijn we klaar om voor het eerst het schiereiland Gallipoli te verkennen. Terwijl we in onze bus stappen zien we dat het een koude, natte en zeer winderige dag zal worden. Dit drukt onze stemming niet, want het belooft een zeer interessante dag te worden.  Ons doel: HELLAS, de zuidelijke punt van Gallipoli waar de Britten landden.

We varen dus opnieuw de Dardanellen over en gaan weer Europese bodem op. Onzeeerste stop brengt ons bij het fort van Kilitbahir. Dit was één van de forten die aan de Dardanellen lag om schepen toegang te verbieden tot de zee van Marmara. We brengen er een bezoek aan het museum, waar een zeer mooi filmpje tezien is over de slag op 18 maart, waar onder andere de ”Bouvet” tot zinken werd gebracht. De rest van het bezoek houden we kort, want we vliegen bijna uit onze sokken door de hevige wind.

We rijden verder naar het zuiden en komen aan bij het imposante standbeeld van korporaal Seyit.  Deze Turkse held droeg eigenhandig de laatste 275kg zwaar wegende granaten die zijn batterij bezat  naar de kanonnen. We rijden almaar verder naar het zuiden en komen voorbij het dorpje Krithia. Dit dorp was het objectief van de eerste dag tijdens de Slag bij Gallipoli, maar het dorp werd tijdens de hele campagne nooit bereikt.

Ongeveereen kilometer ten zuiden van Krithia bezoeken we onze eerste begraafplaats tijdens deze reis: Twelve Tree Copse. Hier vinden we onder andere Alfred Victor Smith terug. Winnaar van een VC omdat hij zichzelf op een granaat gooide om zijn makkers te redden.Ook merken we op dat de graven er hier helemaal anders uitzien dan bij ons. In plaatse van hoge witte stenen, zijn het hier kleine grijsbruine platte stenen.

Op elke begraafplaats die we bezochten kregen we dergelijke persoonlijke verhalen te horen. Ik zal ze hier niet allemaal opnoemen. Deze verhalen komen meer tot hun recht indien ze ter plekke worden verteld en gehoord.

De volgende begraafplaats die we tegenkomen is Pink farm. Deze plek werd zo genoemd omdat de grond een rozige kleur had. Even verderop komen we aan bij X beach, één van de 6 landingsplaatsen waar deGeallieerden aan land proberen te komen. Jammer genoeg kunnen we door het slechte weer het strand zelf niet bereiken.

Onze tocht gaat verder en we komen aan bij Lancashire Landing. Op deze plek liggen vele soldaten begraven die even verderop aan W beach aan land kwamen. En dan bereiken we eindelijk het meest zuidelijke puntje van Gallipoli aan: Cape Helles. Hier komen we het imposante Helles memoriaal tegen. Een memoriaal ter nagedachtenis van de Britse vermisten. We brengen er ook een bezoek aan V beach en de begraafplaats die aan het strand is gelegen. Dit kleine strand, omringd door 2 forten, is een plek waar vele jonge mannen hun leven hebben gelaten.

Onze dag is nu ongeveer halfweg en we zoeken een plekje om wat te eten. Gelukkig is er op de markt van het dorpje wat te vinden.

Onze terugtocht naar het noorden begint met het bezoek aan de Franse begraafplaats en memoriaal. Deze ligt op een heuvel en heeft een prachtig zicht op S beach en de Dardanellen. Ook hier zijn de graven anders dan in onze streek. De zerken bestaan er uit kruisen gemaakt van wat lijkt ijzerwerk te zijn om prikkeldraadmee op te hangen.

Nukomen wij aan bij het imposante Turkse memoriaal. Hier krioelt het plots vanTurkse schoolkinderen. Dit memoriaal is in feite een collectie van allerlei standbeelden en herdenkingsbouwwerken.

Onze twee laatste begraafplaatsen van de dag zijn Skew Bridge en Redoubt. Dit laatste bevat een privé memoriaal bij een eik, ter herinnering aan Eric Duckworth. Op de terugweg doorheen Krithia bezoeken we nog een klein privé museum.

Ons laatste wapenfeit van de dag is een wandeling doorheen de stad Çanakkale. Onze dag sluiten we af met een drankje in de bar van ons hotel. Al dacht ik even dat het drankje pas de volgende dag zou arriveren.

Michiel Accou

 

Reis naar Gallipoli - dag 1

Posted by Wouter FEYS on June 9, 2012 at 11:25 AM Comments comments (0)

Onze reis begint als we ’s morgens vroeg worden afgehaald door Wouter en zijn vrouwtje Eveline met het Battlefield Exploration busje. Dit brengt ons naar Zaventem waar we het het vliegtuig nemen naar Istanbul. Aan boord zijn al onze reisgenoten aanwezig:  onze reisleider Wouter, wij drieën (Luc, Nadine en Michiel dus), Hermine, Clementine en de eeuwig aanwezige François.

De rit naar Zaventem verloopt in alle stilte…. ‘t is toch zo vroeg…In Zaventem aangekomen nemen we afscheid van de vrouw van Wouter, die het busjeveilig terug naar huis brengt. Op Zaventem zelf is alles zeer rustig. Overalkunnen we direct door. En naar goede  War and Remembrance gewoonte  start onze dag met een lekker ontbijt, ons aangeboden in de VIP ruimte van de terminal. Nu zijn we pas echt klaar om te vertrekken. :)

Onze vlucht verloopt zeer rustig. Ik bemerk dat het mooi weer is in de Alpen is en dat er nog zeer veel sneeuw ligt. Ook naar Mission Impossible III gekeken. Tijdens de landing zie ik dat de weerberichten kloppen met wat ik al enkele dagen op het internet heb gezien: regen en wind.

In de luchthaven van Istanbul ontmoeten we onze lokale Turkse gids en onze chauffeur. We zullen rondrijden met een modern, ruim busje. Dit zal leuk worden. (Vooral de praktische opstaptrede wekt de nieuwsgierigheid van Luc op)

Nu volgt een lange rit naar ons hotel gelegen in Çanakkale. Een rit van zo’n 3 uur. Tijdens de rit heb ik meestal geslapen, behalve wanneer Wouter uitleg gaf natuurlijk. Reizen kan toch lastig zijn… Onderweg maken we ook even een pitstop om de benen te strekken, de magen te vullen en … (Bewijs hiervan: zie François die smult van een lekkere toast in de fotoreeks).

Tegen de avond bereiken we Eceabat, waar we de eerste van vele oversteken maken over de Dardanellen. Zo bereiken we Çanakkale en ons hotel Akol.  Rechtover het hotel staat het grote houten paard van Troye dat gebruikt werd  in de film “Troy” met Brad Pitt.

We verfrissen ons vlug en genieten van ons avondmaal. Daarna worden we op het dak van het hotel verwacht, waar een bar is gevestigd met een schitterend uitzicht op de stad en de Dardanellen. Hoe mooi het uitzicht ook is in de bar, het meeste verlangde ik toch naar mijn bed. Het was een lange dag geweest en ik wilde fris zijn voor de volgende dag. Tijd dus om onze de Turkse wol te duiken...

Michiel Accou

The Glorious Retreat From Mons - uitstap 10-09-2011

Posted by wim on December 4, 2011 at 3:05 PM Comments comments (2)

Uitstap 10 september 2011

The Glorious Retreat from Mons

 

0700 uur – De Engelsen komen ….

0700 uur, en het was een schitterende morgen aan het Menin Road Museum. Raar maar waar.

Vijf mannen en drie vrouwen zouden die dag een ongelooflijke dag tegemoet gaan, dit onder begeleiding van twee ervaren gidsen. Het weer was prachtig en we rekenden op  een zonovergoten dag. Waarom moest Jo nu dan zijn fleeces en regenfrakskes op zulk een mooi moment uitdelen… Een beetje pessimisme  ??? :/

Wat stond er op het programma : “ MONS, Retreat to Victory”  : voorbereiding van de slag aan de Marne. Maar aan de Marne zouden we zeker niet geraken, dat is voor een andere trip. Het is onbegonnen werk om in detail alle krijgsverrichtingen te vermelden die gehouden werden bij de slag bij Mons (23-24 augustus 1914) en van de terugtocht. In onze tocht werden tal van sites en monumenten aangedaan en ik zal me daaraan houden om deze te verhalen in dit verslag. :)

 

Mons  : “Here beginneth and ended The Lesson…”

Mons :Plaats van het eerste en het laatste optreden van de Britse (Commonwealth) troepen in de Eerste Wereldoorlog.

Mons : Waar de toeristen per trein kwamen kijken naar een ‘triomfantelijke’ veldslag van de Engelsen.

Mons : Waar een militaire nederlaag  en een smadelijke terugtocht tot een tactische triomf werden opgehemeld.

Mons : Het Duitse Keizerlijke leger zou snel komaf maken met ‘that contemptible litte army”

Mons : Waar legendes werden gevormd, waar alle soldaten dapper waren, waar alle doden tot helden werden verheven, waar de daden van alle regimenten  tot het laatste uur en tot de laatste kogel werden beschreven.

Mons : Waar het mistige gevecht de mistige glans van de overwinning der dapperen verkreeg …

Mons : The motto  was, “We’ll do it, what is it ?”

Het was sedert Waterloo 1815 geleden dat een Britse troepenmacht op Europees vasteland tegen een Europees leger had gevochten. Maar in de 20ste Eeuw zou het dit twee keer doen, tweemaal in het Noorden van Frankrijk, tweemaal aan Franse zijde en tweemaal zou het wonderlijk aan een ramp en totale vernietiging ontkomen.

The Glorious Retreat of Mons en The Wonder of Dunkirk worden dan ook als legendarische maneuvres van het BEF aangezien.

Whoeps, we zijn weg naar Mons en onze eerste halte is al evenlegendarisch als historisch belangrijk.

Mons : Waar het eerste en laatste schot van de Britse (Commonwealth)troepen zouden worden gelost.

Op de grote weg even voorbij Mons bij Casteau in de richting van Brussel zijn aan beide kanten van de weg twee bronzen platen te bewonderen. Onderweg waren we al de SHAPE (Supreme Headquarters of the Allied Powers in Europe) gepasseerd. (Volgend jaar zullen we dit immens complex eens bezoeken).

Het BEF was in Mons met twee korpsen en een cavaleriekorps (80.000 man). Het Eerste Korps werd geleid Generaal Sir Douglas Haig ; het Tweede Korps door Generaal Sir Smith-Dorrien ; en het Cavaleriekorps werd geleid door Generaal Allenby. Alles stond onder bevel van Veldmaarschalk Sir John French.

En daarnaast hadden we ook nog het Vijfde Franse leger onder leiding van Generaal Lanrezac dat ook een belangrijke rol zou spelen tijdens de terugtocht.

De overmacht van de Duitsers , met twee Duitse Legers ( 300.000 man), werd geleid door Generaal von Kluck (tegenover het BEF) en Generaal von Bülow (tegenover het Franse Leger).

De Duitsers hadden niet gedacht dat het BEF alzo ver genaderd was en zo gebeurde het dat op de ochtend van 22-08-14 omstreeks 0700 uur er een eerste treffen was tussen Duitse en Britse verkenningstroepen.

De plaats van dit treffen werd herdacht door het aanbrengen van een bronzen plaat. Het eerste schot van het BEF tegen de Duitsers werd gelost door Corporal E.Thomas van het ‘C Squadron van het 4Th Royal Irish Dragoon Guards’ (er wordt nog altijd getwijfeld of hij zijn tegenstander wel geraakt heeft). Op dat moment heeft Captain Hornby de eerste ruiterijcharge uitgevoerd  in de richting van deDuitsers (Soignies).

Op dat moment waren het Eerste (rechts) enTweede Korps (links) aan het oprukken , nog altijd in de waan dat ze in een gezamenlijk offensief met de Fransen tegen de Duitsers waren. Later bleek dathet Franse leger een pandoering had gekregen tijdens de grenzenslag en dat het Vijfde Leger van Lanrezac al tot staan was gebracht in Charleroi en aan een terugtocht was begonnen.:(

De Fransen wilden dat het BEF de rechterflank van de Duitsers zou aanvallen om zo de terugtocht te dekken, maar French wilde dat niet en zou 24 uur standhouden om zo het Franse vijfde leger te behouden voor een vernietiging. Dat was op de vooravond van de slag bij Mons.

Wij zitten echter nog maar bij de eerste schermutseling op 22-08-14.

Aan de andere kant van de grote weg is een andere bronzen gedenkplaat aangebracht ter ere van het 116Th Canadian Infantry Bataillon dat daar zijn laatste gevechtsopdrachten uitvoerde op 11-11-1918.

Maar wij hadden honger …. (maar nog geen dorst)

Even verder werden we op een uitgebreid ontbijtbuffet getrakteerd in het Western Hotel Casteau. Kwestie van niet op onze honger te blijven zitten. Er was maar één iemand die de know-how van het zachtgekookte eitje niet onder de knie kreeg, of had iemand zijn eitje verwisseld met een halfgaar exemplaar ?

(lalala hihihi hohoho hahaha ladiedadieda hopsiedopsiedojflapperdiefloepflap hoi!)

Wie zal het zeggen…

Na deze verkwikkende maaltijd werden we naar de eerste echte gevechten van de dag geloodst. Het kanaal Mons-Condé was onze volgende heldenhalte. Het kanaal werd verdedigd door troepen van het Tweede Korps van Smith-Dorrien. Het kanaal zelf was 20 meter breed en 2 meter diep en overspannen door 18 verkeers- en spoorbruggen.

Het is zondag 23 Augustus 1914 – 0600 uur.

De Duitsers vielen aan in gesloten formatie tegen een zeer defensief ingestelde troepenmacht. Niet alle bruggen over het kanaal werden vernietigd (het vooropgestelde offensief moest nog kunnen doorgaan) en dat zou leiden tot de verovering van Mons.

Echter waren de Engelsen  zeer behendig met hun Lee Enfield geweer (15 schoten per minuut) en ze maaiden de gesloten Duitse formaties aan de overkant van het kanaal neer als dat van een mitrailleurbeschieting. De Duitsers vielen bij bosjes neer. Dat zou duren  tot wanneer de Duitse artillerie de kanaaloever begon te beschieten. In Maisières vielen dan ook de eerste doden onder de Britten.

Aan de bewuste spoorwegbrug die er nu nog is, werden de eerste VC’s van de Eerste Wereldoorlog verdiend. Het 4Th Bataillon van de Royal Fusiliers verdedigde de spoorwegbrug. Een Vickers-Maxim mitrailleurssectie onder leiding van Lt Maurice Dease verdedigde de onbeschadigde spoorwegbrug. Deze had het zwaar te verduren onder de toenemende Duitse druk en beschieting. Dease werd dodelijk gewond. Private Sid Godley zag dit gebeuren en trok op de spoorwegberm alle lijken weg en bemande de Vickers. Hij bleef vuren tot hij geen munitie had en kon toch nog zwaargewond ontsnappen tot in Nimy waar hij door bloedverlies ineenzakte. Beiden kregen voor hun daden een VC (één van de vele die tijdens de slag en terugtocht uit Mons werden uitgereikt). :roll:

Deze scène werd even nagespeeld door Jo met een denkbeeldige Vickers. En als je de Jo in dit nagespeelde kader goed bekeek, dan zou hij warempel kunnen doorgaan voor de legendarische ‘Old Bill’.

Even verder was er ook een draaibrug , die door de Engelsen was opengedraaid. Een dappere Duitser van het 84ste regiment, soldaat Oskar Niemayer zwom het kanaal over om de draaibrug te bedienen en terug te draaien over het kanaal. Zijn poging strandde en hij werd gedood door vijandelijk vuur.

De fusiliers trokken zich echter terug uit Nimy.

Private Price van het 28th North-West Bataillon 6th Canadian Infantry Brigade, 2nd Canadian Division zou sneuvelen op 11-11-1918 om 1058 uur  in het gehuchtje Ville-sur-Haine. (Hij zou een beschutte plaats hebben verlaten om zich te vergewissen of de vijand er nog was, of gewoon om een luchtje tescheppen…;)

Vandaar was het maar een stapje naar het station van Obourg . Vanop de moderne brug kregen we een mooi zicht op het slagveld en de gevechten die zich afspeelden tussen de beide partijen op de respektievelijke oevers.

Het station van Obourg stond net zoals Nimy op de zuidelijke oever van het kanaal, ten oosten van de cementfabrieken, waar de Britse troepen en voornamelijk het Middlesex regiment – 4th Bataillon verdedigende posities hadden ingenomen.

In de morgen van 23 augustus 1914 om 0800 uur zouden mannen van het Middlesex de eerste schoten in de slag van Mons hebben geschoten. Een soldaat bleef achter op het dak van het brandende station om de aftocht van zijn makkers te dekken. Hij bleef schieten tot het brandende dak instortte. Van het oude station is een klein stukje muur blijven staan ter herinnering van de gevechtsdaden van het 4th Bn Middlesex.

In de nabijheid van Obourg, zagen we nog in de verte de  Middlesex Farm, die nu bewoond wordt door ongure figuren (volgens onze gids….), dus konden we er nietnaar toe gaan. :/

Ook in deze buurt zou de eerste Engelse soldaat sneuvelen, namelijk private John Parr, dit  tijdens een verkenningstocht voorafgaand aan de slag, op 21augustus 1914 (vermeld op zijn grafsteen)

Er waren echter nog andere interessante sites te bezoeken.

Maar wij hadden honger en nu toch ook wel een beetje dorst (gezien de warmte van deze mooie septemberdag…;)

In de plaatselijke (maar zeer aangename) pizzeria smulden we van allerlei verschillende pizza’s . De koele, bruine Leffe sijpelde zeer gedwee naar binnen, nadat ik (waarom in dit warme weer ?) een pizza diabolique aan het verorberen was. Natuurlijk dat een tweede koele niet mocht ontbreken….8)

Maar wij waren hier niet om van de culinaire specialiteiten te genieten, wel om in de voetsporen te treden van het Eerste en Tweede Korps van het BEF.

Daarom …

Op naar La Bascule. Dit (nu drukke verkeerskruispunt) is één van de hoogste punten in Mons en omgeving en het spreekt voor zich dat hier hevig werd gevochten. Dit is de plaats waar de tweede Britse verdedigingslinie liep op 23 augustus 1914.

Een Keltisch kruis werd er opgericht ter gedachtenis van het Royal Irish Regiment . Dit werd onthuld door sir John French. Op dit gedenkteken staan de talrijke veldslagen waar het Royal Irish werd ingezet, zo ook de veldslag bij Malplaquet (vlakbij Mons) onder Marlborough in 1709.

Dit kruispunt was van cruciaal belang bij de terugtrekking.  De rechterflank van het Tweede Korps trok uit Obourg terug richting Bois la Haut . Zij werden zo blootgesteld aan het vijandelijke vuur gezien het Eerste Korps nog niet ter plaatse was om de linie naar het zuidoosten te verlengen.

De achterhoede van het terugtrekkende Middlesex was zo blootgesteld aan achtervolging van de Duitse troepen.  Dat was buiten de heldhaftige tussenkomst van sergeant-foerier Fitzpatrick gerekend. Deze bierleverancier,die zijn depot had in de brouwerij Segard (aan het kruispunt Bascule), zag het gevaar in en verzamelde koks, corveeërs en magazijnbedienden. Samen met nog andere vrijwilligers van o.a. de Gordon Highlanders kon hij stand houden tegen het 35ste en 85ste infanterieregiment van de Duitsers. Dit tot ver na middernacht, toen het Royal Irish en het Middlesex al ruim vertrokken waren.

Fitzpatrick werd onderscheiden met een DCM en werd bevorderd. Hij zou de Eerste Wereldoorlog eindigen als Luitenant-Kolonel.

Aan de overkant van het Keltische Kruis staat een groot monument  (vroeger geplaatst in het centrum van Mons) , “First and last Battle memorial”. Dit monument uit 1952 verhaalt de symboliek van Mons voor het Britse leger.

“Here the forces of the British Empire fought their first and last battles in the 1914-1918 war. On the 23rd and 24 th August 1914, the BEF commanded by Sir John French with supreme courage held the advance of overwhelmingly superior German Forces. On Armistice Day 1918, after 60 hours of heavy fighting, Canadian divisions entered Mons. British and Canadian regiments have erected this tablet to the glory of God and to commemorate these Events.”

We hadden nu het voornaamste van de slag van 23-08-1914 in Mons bezocht en begonnen nu aan de terugtocht vanaf middernacht 24-08-1914, richting Le Cateau.

Maar we konden Mons zomaar niet verlaten, zonder het fabelachtige St Symphorien cemetery  bezocht te hebben. Het is daar waar de Engelen van Mons nog rondwaren. Het is een mystieke plek en onze bezoekers zullen dit zeker gevoeld hebben tijdens de rondwandeling op deze bijzondere , militaire begraafplaats (één van de meest bezochte op het Westelijke Front )

A Mons, le cimetière est un jardin botanique….

Het Ehrenfriedhof Saint Symphorien werd door de Duiters kort na de slag bij Mons aangelegd.  Het is een kleine begraafplaats met verschillende terrassen, plaatsjes, hoogtes, zowat een Engelse tuin. Er liggen hier heel wat bekende namen begraven, namen die wij tegengekomen zijn tijdens onze rondrit op hetslagveld.

Er liggen hier 284 Duitsers en 229 Brittenbegraven. Het is geen uitgestrekte vlakte met rijen zerken, maar eerder een plaats met hier en daar intieme plekken. Het is de enige begraafplaats rond Mons waar een Duits monument staat,namelijk de obelisk waarop volgende tekst staat :

“Zum Gedächtnis der am 23. und 24. August 1914 in den Kämpfen bei Monsgefallenen Deutschen und Englischen Soldaten.”

Echt een sobere tekst om beide partijen te gedenken.:(

Het is een ongewone begraafplaats doordat er ook Duitse individuele graven te zien zijn in plaats van de traditionele zwarte, metalen kruisen of platte, loodgrijze stenen.Tijdens onze wandeling door dit intieme plekje zien we de grafzerk van Lt Maurice Dease (VC), met daarachter dit van de Canadees George Price. Iets verderop bemerken we het graf van Private John Parr, het veronderstelde eerste Engelse slachtoffer . Daar rechttegenover ligt  George Ellison van het  5th Lancers , gedood op 11 november 1918 en het veronderstelde laatste Britse oorlogsslachtoffer.

Maar ook het graf van de heldhaftige Duitse Soldaat Oskar Niemeyer (draaibrug in Nimy) is hier te vinden.

Wat verderop in een cirkelvormig patroon is er een gedenkteken met zuil geplaatst voor de vele Engelse verdedigers in Obourg ,namelijk de soldaten van het Middlesex Regiment. De zuil is opgericht voor de‘Royal’ Middlesex Regiment omdat de Duitsers niet konden begrijpen dat zo’n eenheid die weerstand bood, geen koninklijke naam had.

St.Symphorien kan worden beschreven als volgt :

“It is fitting and proper that men who fought each other so bravely should lie together in peace for eternity.”

Maar het kan ook anders

“… Was het een ‘eer’ om als eerste en als laatste te vallen voor een‘vaderland’ dat zijn volk als kanonnenvoer liet afslachten ?....”

Het zou leuk zijn , mochten we hier eens terugkeren in het schemerdonker, dan zouden we gegarandeerd schimmen en spoken zien van alle gesneuvelden tijdens de veldslag en misschien ook een glimp opvangen van de schimmige Bowmen van Agincourt die tijdens de terugtocht van de Engelsen zomaar uit de hemel kwamen neergedaald om de Duitsers te verschrikkenen hun opmars tijdelijk op te houden.

Wij zetten onze zoektocht verder naar vergeten sites .

In Harmignies-Peronnes stopten de busjes en wij kregen de opdracht om een monument te zoeken. Ik dacht eerst dat we een bezoek aan de plaatselijke brouwerij zouden brengen (kwestie van de tijdslijn eventjes te doorbreken), maar niets is minder waar.

Wij waren op zoek naar het monument dat  ons vertelt waar de ‘E’ Battery Royal Horse Artillery de  eerste Britse artillerieschoten van de Eerste Wereldoorlog losten op 23 augustus 1914.Dat  bewuste kanon is nu nog te bewonderen in het Imperial War Museum in Londen.

Maar wij vonden dat monument niet. Was het vernietigd, was het verplaatst ??? Tot we onder een struik een gedenksteen vonden die dat feit herinnerde. Mochten de Engelsen merken dat dit uniek gedenkteken zomaar overgroeid is , dan zou onzen Elio er niet goed van af komen.

Op naar het volgende hoofdstuk van deze glorieuze terugtocht – Le Cateau, waar op 26 augustus 1914 slag werd geleverd om de terugtocht veilig te stellen.

Maar we zijn nu nog maar 24 augustus 1914 en het HQ vertrok uit Le Cateau richting St. Quentin en de beide legerkorpsen waren reeds in volle terugtocht. Van de Fransen mochten ze geen steun meer verwachten, meer nog, door de terugtocht van Lanrezac kwam er een gat tussen de Engelsen en de Fransen en werd de rechterflank van het eerste Korps bedreigd tijdens de terugtocht.

Voor ons was het 10 september 2011 en onze terugtocht naar Le Cateau  was er ook één met moeilijkheden. Nee, geen Duitsers, maar wel wielrenners… Jawel de wielerwedstrijd Parijs-Brussel doorkruiste het slagveld van Mons. Overal stonden oranje jasjes die ons met strenge blik verwijderden van onze initiële route. Gotver alhier en gotver aldaar, maar de arm der wet is onverbiddellijk (en ik kan het weten !)

Het was mooi weer, de sfeer was goed en we hadden nog nafte genoeg….. so what ??

Le Cateau was het toneel van ongelijke strijd tussen het BEF en de oprukkende DuitseStrijdmacht..

Le Cateau,de geboortestad van de beroemde Matisse

De bevelhebber van het Tweede Korps, Generaal Smith Dorrien was op de hoogte dat het Eerste Korps al slaags was geraakt met de Duitsers bij Landrecies (aan zijn rechterflank) en wist dat zijn achterhoede, die nog aan het terugtrekken was, op de hielen gezeten werd door het Duitse Eerste Leger. Hij nam de moedige beslissing om met zijn korps en versterkt door terugtrekkende eenheden (Cavalerie van Allenby en de 4de Divisie van generaal Snow) een ‘stoppende slag’ te kunnen leveren .

De kaarsrechte weg van Le Cateau naar Caudry (richting Cambrai) zou de stoplinie vormen met de 2 divisies van het Tweede Korps. Verder in de richting van het Eerste Korps zou de weg van Le Cateau naar Landrecies een tweede linie vormen door de 4de divisie.

De veldslag begon op 26 augustus 1914 om 0630 uur in de morgen….

De Britse mobiele artillerie zou hier een heroïsche eer verdienen. We bezochten de plaats waar de kanonnen van de verschillende divisies werden opgesteld. Echter, toen de slag in het voordeel van de Duitsers draaide, trok de infanterie zich terug en stonden de kanonnen oog in oog met de Duitse infanterie. Nu was het ogenblik aangebroken om de artillerie, zowel de gewone kanonnen als de zwaardere Howitsers, te redden. Verschillende eenheden te paard deden wat ze konden om hun kanonnen in het oog van de vijand teredden.

Opmerkelijk waren de daden van the 37Th Battery die reeds vier van hun 6 Howitsers hadden gered. Onder leiding van Captain Reynolds werd een poging gedaan om de twee andere te redden. Enkel één  team kwam terug. Captain Reynolds werd samen met zijn drivers Luke en Drain gedecoreerd met een VC.

Wij reden van die plaats terug naar Le Cateau, waar we de Duitse begraafplaats van Le Cateau bezochten.

Op deze begraafplaats liggen 5522 Duitsers, 42 Russen en 1 Brit begraven (periode 14-18)8). Er zijn eveneens diverse monumenten opgericht door de Duitsers naar aanleiding van de slag bij Le Cateau .

Daarna begon de zoektocht naar het monument van het 2nd Bn Suffolks die hier op de heuveltop tevergeefs stand hebben gehouden alhoewel ze bijna omsingeld waren. Dit monument is ook opgedragen aan de versterkingen van het Manchester Regiment, de Argyll en Sutherland Highlanders en de Royal Artillery. Zij konden toch nog terugtrekken in goede orde en dit omstreeks 1445 uur toen de slag reeds gestreden was.

Eigenlijk konden we dit niet missen. Een monument op een pleintje omheind door bomen. We zagen dit reeds van in de verte, maar het zou een ware zoektocht worden, met een hitte als in een woestijn, doorheen de dorre maïs en langsheen de scherpe prikkeldaad.

Toch hebben we het gevonden, ondanks alle moeilijkheden, schietgeweren en wolfijzers.:P Het was de moeite om deze Cenotaph te vinden, vandaar kon je het slagveld het dorp Le Cateau in alle richtingen bekijken. Op iedere zijde (één zijde voor ieder regiment) van deze Cenotaph kan je de namen vinden van de soldaten gesneuveld op die dag. Er zijn 211 namen te vinden op deze steen.

De terugweg was veel gemakkelijker dan de heenweg. Wouter zou dit nooit meer vergeten.

Maar wij hadden dorst ….. grote dorst.

In Le Cateau hadden we geen moeite om onze dorst te lessen, maar we mochten niet te lang talmen, want de zon ging reeds onder. Dat was echter geen probleem, want ons waterke of pintje smolt als sneeuw onder de zon…

Onze weg ging nog verder zuidwaarts, richtingSt. Quentin.

We zijn nu 27-08-1914 en bevinden ons in Etreux, op de plaatselijke begraafplaats waar ooit een mooie boomgaard stond.

Hier werd hevig tegenstand geboden door het  2nd Royal Munster Fusiliers versterkt met enkele eenheden en met 2 kanonnen van 118 Battery RFA , dit tegen negen Duitse bataljons en voor ongeveer 12 uur. Het 2nd Royal Munster Fusiliers werd volledig vernietigd en verdween uit het oorlogsgebeuren.

Daarna ging het terug zuidwaarts waar Wouter aan een beschermd gebouw een romantisch verhaal zonder happy-end vertelde. Ikvermoed dat het ergens in de buurt van Guise of Iron moet geweest zijn, maar zeker ben ik niet. Wat ik in ieder geval geleerd heb : puberende jongens mogen geen sex voor het huwelijk hebben, want dat loopt falikant af.

Een laatste begraafplaats was in Flavigny Le Petit  “La désolation” :( waar Fransen liggen die gesneuveld zijn op 28-08-1914 tijdens de verdediging van de terugtocht van het Vijfde Franse leger. Naast deze Fransen zijn er ook Duiters, een aantal Engelsen en eveneens Belgen begraven.

Waar het echter ons meest om te doen was, was een zeer grote boom met een zeer omvangrijke stam. De vraag was of deze boom er stond voor 1914 of na 1918. Er werd daar een serieuze discussie gevoerd.

De ondergaande zon maande ons aan om ons naar St Quentin te begeven, want

We hadden honger….. en dorst

Wouter en Jo hadden daar een etablissement uitgekozen waar we zeker aan onze trekken zouden komen.  Het avondmaal was subliem. En iedereen was unaniem nopens deze trip, het was dik in orde.

Maar…. We moesten nog naar huis en in de verte kon men al de bliksems ontwaren.

Na middernacht waren we moe maar voldaan terug in het Menin Road Museum. We hadden een prachtige, leerrijke maar ook zonnige dag achter de rug.

Epiloog : De terugtocht van het BEF uit Mons was een dubbeltje op zijn kant en ondanks de vele heldhaftige daden zijn er toch nog veel ‘casualties’ te betreuren.

Op 23 augustus verloor het BEF ongeveer 1600 man

Op de dag van de retreat  24 augustus verloor het BEF ongeveer 2600 man.

Tijdens de slag van Le Cateau verloor Smith Dorrien ongeveer 7800 man.

De terugtocht duurde tot 5 september en bracht het BEF tot aan de Marne,waar het samen met de Franse legers bijdroeg tot de tegenaanval die de Duitse opmars tot stand bracht.

Van toen af begonnen de legers zich in te graven en was dit het eindpunt van de bewegingsoorlog zoals die in vorige oorlogen werd gevoerd.

“The German makes sausages and we’ll skin ‘em”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Impressie van de uitstap naar Le Quesnoy 30 oktober 2011

Posted by Roseline on November 6, 2011 at 10:55 AM Comments comments (0)

Zondagmiddag 30 oktober was het om 14 uur verzamelen geblazen op de markt van Le Quesnoy, niet voor een bezoek aan de lokale kermis, maar voor een heuse vestingwandeling. Onze gids van dienst was 'het Wouterke' die zich als leerdoel voorgenomen had ons de terminologie van Vauban eigen te maken. De dapperen die zich wilden bekwamen in deze toch wel zeer moeilijke leerstof waren Maurice, Francois, Paul en Dina, Johan en Roseline, drie generaties van de familie Van Vyve, twee generaties van de familie Accou en twee generaties van de familie Decuyper, Samen een volle minibus en drie privé-voertuigen.We verdiepten ons in bastions, courtines, tenailles, halve maantjes, ravelijnen, oortjes, beren, dames, grachten en hoornwerken. We gingen trap op en trap af, verdwenen in de donkere gangen onder de vestingmuren, kwamen gelukkig ook weer boven om van het prachtige herfstweer te genieten, klauterden heuvel op en heuvel af maar al die inspanningen loonden zich. Geen enkel café wou ons ontvangen maar niet getreurd, Wouter had een mobiel dessertenbuffet bij waar we ons rijkelijk konden bedienen van heerlijke Geluwse eclairs en rijsttaarten en home made koffie. Na nog een zoektocht naar de sleutels van de jongste telg van de familie Van Vyve kon ieder met vermoeide beentjes maar voldaan terug richting Westhoek, Brugge of Kortrijk. 


Rss_feed